Promoveren kun je leren Academische promotie aan de Universiteit van Amsterdam. Bron: Wikipedia
Serie

Promoveren kun je leren

Na het behalen van je studie in de natuurwetenschappelijke richting zit er maar één ding op: promoveren. Toch?

Het doen van een promotie lijkt een logisch vervolg van jouw studie in de natuurwetenschappen. Je bent immers aan het leren om een échte wetenschapper te worden. Toch gaat maar een deel van de afgestudeerden promoveren na hun studie. En daarvan wilt 60% doorgaan in de academische wereld, maar dit lukt maar 30%. Het is dus belangrijk om goed na te denken waarom je eigenlijk wilt promoveren.

Ik spreek met Veerle Luimstra, procestechnoloog energie, water & milieu bij Witteveen+Bos, die een turbulente tijd heeft gehad als promovendus aan de Universiteit van Amsterdam. Ondertussen is ze goed op haar pootjes terecht gekomen en wilt ze wel wat tips kwijt over haar tijd als promovendus en daarna. Het is immers een bijzonder wereldje waar je in terecht kunt komen. In dit eerste deel van een tweedelige serie over het doen van een PhD praat ik met haar over de redenen waarom je een PhD zou willen doen en hoe dit in zijn werk gaat. In het tweede deel kun je lezen wat jij zelf zoal kunt doen vooraf en gedurende je PhD om een stressvolle tijd te voorkomen.

Een oud ritueel

In Nederland bestaat het behalen van de graad van PhD (Doctor of Philosophy) doorgaans uit het doen van een onderzoeksproject aan een universiteit. Tijdens dit onderzoeksproject is het gebruikelijk om vier á vijf artikelen te publiceren over je eigen onderzoek, die je vervolgens bundelt in een proefschrift. Na gemiddeld vier jaar ploeteren is het dan tijd om dit proefschrift te verdedigen. Dit is een heel traditioneel proces, waarbij je tegenover een promotiecommissie je resultaten presenteert in zowel begrijpelijke taal voor de aanwezigen als het jargon van jouw vakgebied. De commissie, bestaande uit jouw promotor en andere hoogleraren in het vakgebied, zal meestal per persoon een vraag stellen over een onderdeel van jouw onderzoek. Hierop moet je gepast reageren, zodat het duidelijk wordt dat je niet zomaar wat hebt gedaan en kennis van zaken hebt. Na dit ritueel mag je de graad doctor voeren, waarmee je bewijst dat je gespecialiseerd bent in jouw vakgebied.

Wat een PhD’er zoal doet

In een rapport van het Rathenau Instituut in 2014 zijn ruim 2700 promovendi gevraagd naar allerlei zaken over hun eigen promotietraject. Uit hun studie komt een interessant overzicht van de werkzaamheden die je zoal verricht (Figuur 1). Promovendi geven aan dat ze ongeveer de helft van de tijd bezig zijn met onderzoek doen voor hun eigen studie.

Figure 1 Spent time

“Dat klopt wel ongeveer.” Zegt Veerle. “Het is ook de bedoeling dat je elkaar helpt. Sommige onderwerpen gebruiken veel dezelfde technieken, of je zit met vier PhD’s op één onderwerp en dan krijg je elk een deel van de puzzel. Mijn eerste jaar heb ik heel veel analyses gedaan voor anderen. Dat wordt als positief ervaren, want je kan dan bij elkaars publicaties als auteur worden opgeschreven en dit laat weer jouw interdisciplinaire capaciteiten en samenwerking zien.”

Daarnaast zal je de recente literatuur moeten bijhouden, trainingen doen, presenteren op seminars en conferenties bezoeken en is het de bedoeling dat je onderwijs geeft aan lagerejaars studenten. Dit bestaat vooral uit het geven van colleges en het begeleiden van scripties en stagairs. Veel universiteiten, zoals die van Leiden, hebben een eigen graduate school voor mensen die hun promotieonderzoek doen. Hier kan je vaardigheden leren zoals statistiek of academisch schrijven, maar ook projectmanagement of andere ‘soft skills’.

“In sommige periodes heb ik wel 20% besteed aan onderwijs. De grootste uitdaging is om genoeg tijd voor je eigen onderzoek te behouden. Tijdsmanagement is niet iets waar de meeste promovendi goed in zijn, dus ik zou elke promovendus aanraden om te beginnen met een cursus tijdmanagement. Des te eerder je daarmee begint, des te meer je er aan hebt.”

Academie of toch het bedrijfsleven?

Volgens een later verschenen rapport van het Rathenau instituut uit 2018 over de zin van promoveren uit komt slechts 30% van de gepromoveerden daadwerkelijk terecht bij universiteiten en academische medische centra. Dit staat in contrast met de hoeveelheid promovendi die heeft aangegeven dit te willen doen, iets meer dan de helft. Het lijkt er op dat de onzekerheid over een duidelijke loopbaan in de wetenschap de voornaamste reden is voor dit verschil, alhoewel de beschikbaarheid van werkplekken op de universiteiten ook een grote rol speelt. Er zijn allerlei afwegingen die je kunt maken om wel of niet bij de universiteit terecht te willen komen. Veerle wilde haar onderzoek doen omdat ze daadwerkelijk iets in de praktijk wilt bijdragen.

“Ik heb onderzoek gedaan naar algen. Ik wilde ze kweken in afvalwater zodat ze stikstof en fosfaat op konden nemen, om dat vervolgens om te zetten naar waardevolle stoffen voor de circulaire economie. Denk hierbij aan meststoffen, bioplastics, alles in de duurzame richting.”

Uiteindelijk is van dat onderzoek weinig terechtgekomen, omdat het fonds dat dit onderzoek betaalde ook een tweede promovendus had aangenomen waardoor er te weinig werk was.

”Door die omstandigheden heb ik best fundamenteel onderzoek gedaan op het gebied van fotosynthese en de ecologie van algen, denk daarbij aan de vraag of bepaalde soorten ergens voorkomen of welke lichtkleuren het beste werken voor groei en funcie. Heel interessant, maar niet toegepast.”

Het behalen van je doctoraat kan ook lonen wanneer je niet terecht komt op de universiteit. De overgrote meerderheid van de ondervraagden (84%) van het Rathenau Instituut geeft aan dat de promotie meerwaarde heeft gehad voor zijn of haar latere carrière. Bij driekwart van hen speelt onderzoek namelijk nog steeds een rol in hun werkzaamheden. Je kunt terechtkomen bij private of publieke instellingen, zoals een bedrijf in jouw sector of één van de vele overheidsinstanties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het RIVM of Rijkswaterstaat.

“Ik ben nu technoloog op het gebied van afvalwater en circulaire bio-based oplossingen. Mijn werk bestaat veel uit het opzetten van proefopstellingen voor waterschappen die de waterkwaliteit willen verbeteren. Denk hierbij aan het zuiveren van water om microverontreinigingen zoals medicijnresten te verwijderen uit afvalwater voordat het geloosd wordt. Dus dit verklaart mijn stap naar het bedrijfsleven en het heeft nog steeds veel raakvlak met mijn promotietraject. Ik ben onderzoek aan het doen naar hoe iets functioneert, maar heel erg toegepast op nu iets verbeteren voor onze gezondheid en ecologische waterkwaliteit.”

Over het algemeen geldt voor de natuur- en technische wetenschappen dat je meer intellectuele uitdaging kan vinden binnen academische kringen, maar je daarbuiten meer baanzekerheid en een hoger salaris kunt verwachten. Over werkloosheid hoef je je waarschijnlijk geen zorgen te maken, dit ligt lager onder gepromoveerden dan andere hoogopgeleiden.

“Er bestaat geen lijst met beroepen die je kunt gaan doen met een bepaalde studie. Er is zoveel verschillends. Heel veel bedrijven doen niet eens meer aan functieomschrijvingen. Ik ben procestechnoloog, maar het hele bedrijf bestaat uit procestechnologen terwijl we allemaal iets anders doen.”

De meerwaarde van een PhD

Volgens Veerle heeft het doen van een PhD voor haar wel een voordeel gehad;

“In mijn bedrijf heeft bijna niemand een promotie gedaan. Hier zijn op de 1400-1500 mensen er 52 gepromoveerd. Je hoeft dus geen PhD gedaan te hebben om in deze sector te werken en onderzoek te doen. Je merkt wel dat de promovendi over het algemeen wat sneller terechtkomen in hogere functies, maar dat ligt heel erg aan de organisatie zelf. Ze zitten vaker op de wat innovatievere projecten met meer flexibiliteit, waarbij je creatief moet denken en onverwachte dingen tegenkomt.

Het heeft vooral voor mezelf een meerwaarde, en ik word niet voor niks op al die onderzoekstrajecten gezet. Ik heb zelf toch wel het idee dat ik bepaalde vaardigheden bij mijn PhD heb geleerd die het makkelijker hebben gemaakt om mijn netwerk op te bouwen en de soort van ‘expert status’ te bereiken.”

Wanneer gevraagd of je die vaardigheden ook op zou kunnen doen wanneer iemand na zijn master direct bij een bedrijf aan de slag gaat, oppert Veerle dat het een niet per sé beter is dan het ander.

“Als je voor het geld gaat kan je het beste meteen bij een bedrijf starten. Voor je carrière kan je beter bij een bedrijf opklimmen dan die tijd aan een PhD besteden. Maar ik wilde echt dat project doen en een verschil maken, je blijft toch een millennial.”

Alle wegen leiden naar onderzoek

Als je al weet dat het doen van wetenschappelijk onderzoek helemaal in jouw straatje valt, zijn er meerdere manier waarop je dat kunt invullen. Je hoeft namelijk helemaal geen PhD te doen om in het onderzoek terecht te komen, zegt Veerle:

“Ik weet toevallig dat ze bij de Universiteit van Wageningen heel veel niet-gepromoveerde onderzoekers hebben rondlopen. Je hebt natuurlijk de MLO’ers (Middelbaar Laboratorium Onderwijs), die toch veel van het uitvoerende werk doen. Als HLO’er (Hoger Laboratorium Onderwijs) ben je al al wat meer betrokken bij het onderzoek en doe je al wel eens je eigen stukje onderzoek. Als je als analyst bij een universiteit terechtkomt, zoals ik na mijn masteropleiding, kun je zelf ook echt meedenken over het onderzoek. Zeker als verse masterstudent moet je even je plekje vinden, maar dan kun je vervolgens gewoon onderzoeker worden zonder promotie.”

Later in je loopbaan bestaan er andere mogelijkheden om zij in te stromen en zo alsnog een promotie te gaan doen. Volgens Veerle moet je als student de neiging weerstaan om te deterministisch te denken over je toekomst.

“Ik heb bijvoorbeeld een collega van 40 die net is begonnen met een promotieonderzoek. Voor veel studenten geldt dat ze iets te veel het idee hebben dat als ze een keuze maken, ze daar de rest van hun leven aan vast zitten. Het moeilijkste is denk ik om die eerste baan te vinden, en daarna rol je gewoon door. Ik ben als analyst begonnen omdat ik dacht dat ik niet wilde promoveren, maar ben nu heel blij dat ik dat toch ben gaan doen.”

Klik hier voor het tweede deel van deze serie, waarin ik met Veerle praat over de werkdruk en het voorkomen van stress tijdens je PhD

0 Reacties

Geef een reactie